ECLI:NL:CRVB:2017:4507
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, laatstelijk werkzaam als telefoniste/planner, vroeg een WIA-uitkering aan wegens klachten na een ongeval en fibromyalgie. Het UWV stelde vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. Zowel de verzekeringsarts als de arbeidsdeskundige concludeerden dat appellante geschikt was voor andere functies met een verlies aan verdiencapaciteit van 0%.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek niet adequaat was en dat zij door hoofdsuizen en een diagnose van Lupus erythematodes (SLE) niet in staat was te werken. Zij overlegde medische stukken en een expertiserapport van een bedrijfsarts die meer beperkingen constateerde.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep onderzocht de nieuwe medische informatie en concludeerde dat de diagnose SLE geen aanleiding gaf tot wijziging van het eerdere oordeel over haar belastbaarheid. De Raad volgde dit oordeel en vond de beperkingen zoals vastgelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst adequaat. De geselecteerde functies zijn medisch geschikt voor appellante.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.