ECLI:NL:CRVB:2017:451
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag opvang op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning
Appellant, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen volgens de Vreemdelingenwet 2000, heeft bezwaar gemaakt tegen de voorwaarden van opvang in de Vluchthaven te Amsterdam en tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor Wmo-opvang.
Het college wees de aanvraag af omdat appellant sinds juni 2014 in een asielzoekerscentrum verblijft en daar onverplicht opvang ontvangt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat het toelaten tot opvang zonder verplichting niet leidt tot recht op een uitkering of leefgeld volgens de Regeling verstrekkingen asielzoekers. Ook is op het bezwaar van appellant beslist in het bestreden besluit. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag voor opvang op grond van de Wmo wordt bevestigd.