ECLI:NL:CRVB:2017:485
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet opgegeven bankrekeningen en evenredige boete
Appellante ontving bijstand sinds februari 2013 en gaf bij aanvraag slechts één bankrekening op, terwijl zij meerdere rekeningen bij ABN AMRO had die zij niet had gemeld. Het college trok de bijstand in en vorderde de kosten terug wegens schending van de inlichtingenplicht. Appellante stelde dat zij de rekeningen niet bewust had verzwegen en dat het geld niet van haar was, maar van een vriendin uit Irak.
De rechtbank stelde de boete op €5.030,- vast wegens gewone verwijtbaarheid en verklaarde het beroep verder ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Raad dat appellante de bankrekeningen had moeten melden en dat het saldo op de rekeningen als vermogen werd beschouwd, omdat zij er over kon beschikken. De Raad oordeelde dat het college terecht de bijstand introk en de kosten terugvorderde, omdat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld vanwege ontbrekende gegevens over de vermogensspaarrekening.
De boete werd door het college verlaagd naar €1.180,-, wat de Raad passend achtte. De Raad vernietigde het eerdere besluit over de boete en stelde deze vast op €1.180,-. Tevens veroordeelde de Raad het college tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De boete wordt vastgesteld op €1.180,- en de intrekking en terugvordering van de bijstand blijven in stand.