ECLI:NL:CRVB:2007:BB6243
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Betrokkenen ontvingen sinds 1976 bijstand, laatstelijk op grond van de WWB. Na een onderzoek naar mogelijke fraude concludeerde de gemeente Tilburg dat zij tussen 1 juli 2000 en 30 april 2005 beschikten over een vermogen boven het vrij te laten bedrag, zonder dit te melden. Hierdoor werd de bijstand ingetrokken en teruggevorderd.
De rechtbank oordeelde dat betrokkenen de inlichtingenverplichting hadden geschonden, maar dat dit hen niet kon worden aangerekend. De Raad stelt vast dat dit oordeel niet is bestreden en dat betrokkenen geen hoger beroep hebben ingesteld, waardoor dit als juist wordt aangenomen. De Raad oordeelt echter dat het recht op bijstand over die periode kan worden vastgesteld, omdat betrokkenen geen recht hadden op bijstand wegens hun vermogen.
De Raad vernietigt daarom het besluit tot intrekking over deze periode wegens strijd met artikel 7:12 Awb Pro, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand. De terugvordering van de bijstand wordt bevestigd omdat het beleid van appellant redelijk is en geen dringende redenen tot afwijking zijn gebleken.
Ten aanzien van de intrekking van de bijstand vanaf 1 mei 2005 bevestigt de Raad de bevoegdheid van appellant tot intrekking wegens schending van de inlichtingenverplichting, aangezien hiertegen geen hoger beroep is ingesteld. De Raad wijst verzoeken tot schadevergoeding af.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand over 2000-2005 wordt vernietigd, de terugvordering bevestigd en de intrekking vanaf mei 2005 gehandhaafd.