ECLI:NL:CRVB:2017:499
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij Ziektewet-uitkering
Appellant ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet vanaf 25 januari 2013. Na een eerstejaarsbeoordeling stelde het UWV vast dat hij vanaf 25 februari 2014 meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen en dus geen recht meer had op ziekengeld. Bij een bezwaarbesluit werd het recht op ziekengeld vastgesteld tot 12 september 2014, en later tot 23 januari 2015, de maximale termijn van 104 weken.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond. In hoger beroep betwist appellant de medische en arbeidskundige beoordeling die ten grondslag ligt aan het tweede besluit. Het UWV stelde echter dat appellant geen procesbelang heeft omdat hij al 104 weken ziekengeld heeft ontvangen.
De Raad oordeelt dat het door appellant gevreesde risico dat hij in een latere WIA-procedure niet kan protesteren tegen het medisch standpunt niet aannemelijk is. De medische beoordeling in de Ziektewet-procedure had betrekking op een eerdere datum dan de datum in de WIA-procedure. Bovendien is het ziekengeld terecht beëindigd na de maximale uitkeringsduur. Daarom ontbreekt procesbelang en is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.