ECLI:NL:CRVB:2017:521
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen weigering maatschappelijke opvang op grond van de Wmo
Appellant, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen op grond van de Vreemdelingenwet 2000, maakte bezwaar tegen de voorwaarden van opvang in Amsterdam en tegen het besluit van het college om opvang te weigeren op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).
De rechtbank verklaarde het beroep wegens niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk, maar oordeelde gegrond over het niet toekennen van een dwangsom en legde een dwangsom op aan het college. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, maar beperkte zijn gronden tot de verschuldigdheid van dwangsommen en niet tot zijn recht op opvang.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant redelijkerwijs verwijtbaar is dat hij zijn beroepsgronden zo heeft beperkt en dat hij niet in hoger beroep kan opkomen tegen het standpunt van het college over het recht op opvang. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.