ECLI:NL:CRVB:2017:539
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor woninginrichting wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van woninginrichting, welke door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat er bijzondere omstandigheden waren die de kosten noodzakelijk maakten.
De Raad overwoog dat de kosten incidenteel en algemeen noodzakelijk zijn en in principe uit het inkomen of door reservering moeten worden betaald. Bijzondere bijstand is alleen mogelijk als er bijzondere omstandigheden zijn die dit onmogelijk maken. De Raad stelde vast dat appellant al enkele jaren meerderjarig was, inkomsten had en spaargeld bezat, en dus had kunnen reserveren. Ook was geen sprake van een noodgedwongen vertrek uit het ouderlijk huis.
Appellant had een betaalbaar driekamerappartement aangeboden gekregen, wat een keuze was en geen gedwongen situatie. Daarom was de afwijzing van de bijzondere bijstand terecht. Het hoger beroep faalde en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand voor woninginrichting wordt bevestigd wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.