ECLI:NL:CRVB:2017:56
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening studiefinanciering naar thuiswonende studerende en terugvordering bevestigd
Appellant kreeg studiefinanciering toegekend op basis van de norm voor uitwonende studenten. Na een onderzoek door sociale recherche bleek dat appellant niet feitelijk woonde op het adres waar hij in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (gba) stond ingeschreven.
De minister herzag daarom de studiefinanciering en kwalificeerde appellant als thuiswonende studerende met terugvordering van €4.606,09. Appellant maakte bezwaar tegen deze herziening, maar dit werd ongegrond verklaard door de minister en later door de rechtbank Limburg.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de controleurs onterecht geen persoonlijke spullen hadden aangetroffen en dat hij wel degelijk huur betaalde. De Raad oordeelde echter dat het rapport van de controleurs een voldoende feitelijke grondslag bood voor de herziening. Nieuwe foto’s en verklaringen van appellant konden het oordeel niet wijzigen.
De Raad concludeerde dat de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd moest worden en wees het hoger beroep af. Er werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van studiefinanciering naar thuiswonende studerende en de terugvordering van te veel betaalde bedragen.