Uitspraak
19 augustus 2015, 13/1935 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam als generalist binnen de Gebiedsgebonden Politie, verzocht om bevordering naar senior GGP op basis van het loopbaanbeleid dat een beoordeling boven de norm vereist. Zijn functioneren werd beoordeeld als voldoende (C), wat niet voldeed aan de eis van een beoordeling met eindoordeel D of E.
De korpschef wees het verzoek af en verklaarde de bezwaren ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant onvoldoende aannemelijk maakte dat de beoordeling op onvoldoende gronden was gebaseerd. De Raad toetste of de beoordeling op voldoende gronden rustte en oordeelde dat appellant onvoldoende bewijs leverde om dit te betwisten.
Appellants argumenten over capaciteiten, ervaring en vermeende rechtsongelijkheid werden verworpen, mede omdat zijn neventaak reeds was beoordeeld. De Raad vond geen aanwijzingen voor een afrekening. De afwijzing van het verzoek tot bevordering blijft daarmee in stand en het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot bevordering wordt afgewezen omdat de beoordeling niet boven de norm uitkomt.