ECLI:NL:CRVB:2017:572
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant meldde zich ziek in november 2007 en het UWV stelde in september 2009 vast dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen recht op WIA-uitkering bestond. Na een melding van verslechtering in 2013 werd opnieuw onderzoek verricht, dat een geringe toename van beperkingen vaststelde, maar nog steeds onvoldoende voor een uitkering.
Appellant maakte bezwaar en overhandigde medische rapporten, waaronder van een bedrijfsarts, maar het UWV handhaafde het besluit op basis van een verzekeringsarts bezwaar en beroep en een arbeidsdeskundig rapport. De rechtbank vernietigde het UWV-besluit maar liet de rechtsgevolgen in stand, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de arbeidskundige beoordeling adequaat.
In hoger beroep betoogde appellant dat zijn klachten zijn onderschat en dat de geselecteerde functies niet geschikt zijn. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek en de arbeidskundige beoordeling zorgvuldig en juist waren uitgevoerd, en dat de functies passend zijn. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; geen recht op WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.