ECLI:NL:CRVB:2017:575
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant ontving sinds 1991 een WAO-uitkering wegens schouderklachten (CCCS). Na toename van beperkingen in 2010 heeft het UWV de uitkering herzien en vastgesteld op 35 tot 45% arbeidsongeschiktheid. Appellant maakte bezwaar tegen deze herziening en voerde aan dat het medisch onderzoek onvoldoende was en dat zijn beperkingen groter zijn dan vastgesteld.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de functionele mogelijkhedenlijst (FML) juist was opgesteld. De Raad bevestigt dit oordeel en oordeelt dat het niet onzorgvuldig was dat recente medische informatie niet werd opgevraagd, omdat de diagnose al bekend was. De medische informatie die appellant aanvoerde gaf geen aanleiding tot hogere beperkingen op de datum van herziening.
Verder weerlegt de Raad het argument van appellant dat hij sinds 1991 een volledige WAO-uitkering zou hebben gehad; het dossier toont aan dat de volledige uitkering slechts kort heeft gegolden. De geschiktheid van de geselecteerde functies voor appellant is eveneens voldoende gemotiveerd. De Raad wijst het beroep af en bevestigt het bestreden besluit.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en verklaart het beroep van appellant ongegrond.