Uitspraak
OVERWEGINGEN
(SBC-code 267050), productiemedewerker industrie (samenstellen van producten)
(SBC-code 111180) en machinebediende inpak-/verpakkingsmachine (SBC-code 271093).
Centrale Raad van Beroep
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om hem een WGA-vervolguitkering toe te kennen op basis van een arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%. Hij stelde dat zijn lichamelijke en psychische klachten onvoldoende waren meegenomen bij de beoordeling van zijn beperkingen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerdere besluit niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond. De rechtbank achtte het medisch onderzoek zorgvuldig en vond de vastgestelde beperkingen en belastbaarheid goed gemotiveerd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn klachten waren verergerd en dat psychische beperkingen onvoldoende waren meegewogen. De Raad concludeerde echter dat de medische gegevens die appellant overlegd had deels betrekking hadden op een latere periode dan de datum in geschil en dat de UWV-arts de klachten en aandoeningen adequaat had betrokken. De Functionele Mogelijkhedenlijst van 4 februari 2015 was juist vastgesteld.
De Raad oordeelde dat er geen twijfel bestaat over de medische geschiktheid van de geselecteerde functies voor appellant en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenvergoeding toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WGA-vervolguitkering van 55 tot 65% arbeidsongeschiktheid blijft gehandhaafd.