ECLI:NL:CRVB:2017:595
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering langdurigheidstoeslag wegens administratieve vergissing
Appellant ontvangt bijstand op grond van de Participatiewet en sinds 2004 jaarlijks een langdurigheidstoeslag. In 2014 betaalde het college deze toeslag echter maandelijks uit door een administratieve vergissing. Het college vorderde vervolgens een bedrag van €3.806,- terug op grond van artikel 58 PW Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat appellant redelijkerwijs had kunnen begrijpen dat de maandelijkse uitbetaling onjuist was. Appellant had immers negen jaar de toeslag jaarlijks ontvangen en had de afwijkende maandelijkse betalingen moeten opmerken. Zijn psychische problemen werden niet voldoende onderbouwd om dit te weerleggen.
De Raad oordeelt dat het college bevoegd was tot terugvordering en dat de financiële situatie van appellant geen dringende reden vormt om van terugvordering af te zien. Het verzoek om schadevergoeding wegens wettelijke rente wordt afgewezen. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De terugvordering van teveel betaalde langdurigheidstoeslag wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.