ECLI:NL:CRVB:2017:615
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding bij intrekking persoonsgebonden budget
De appellant had een persoonsgebonden budget (pgb) toegekend gekregen voor zorg in 2013, maar dit budget werd bij besluit van 8 oktober 2013 ingetrokken door het Zorgkantoor. Appellant maakte bezwaar tegen deze intrekking, maar het bezwaar werd bij besluit van 1 mei 2014 ongegrond verklaard. Tegen dit bestreden besluit stelde appellant beroep in, maar dit gebeurde niet binnen de wettelijke termijn.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens het overschrijden van de beroepstermijn zonder verschoonbare reden. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de mentale toestand van zijn moeder en de onbekendheid van zijn gemachtigde met de mogelijkheid tot pro forma beroep een verschoonbare reden vormden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze redenen niet tot verschoonbaarheid leiden, mede omdat fouten van een gemachtigde aan de cliënt worden toegerekend. Daarom werd de niet-ontvankelijkverklaring bevestigd en het hoger beroep verworpen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding.