ECLI:NL:CRVB:2017:644
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Wubo-uitkering wegens ontbreken blijvende invaliditeit door oorlogsgeweld
Appellant, geboren in 1945 in voormalig Nederlands-Indië, werd erkend als burger-oorlogsslachtoffer vanwege internering in Kamp De Wijk tijdens de Bersiap-periode. Hij vroeg een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo), welke werd afgewezen omdat het oorlogsgeweld niet had geleid tot blijvende invaliditeit. De mishandelingen door zijn stiefvader werden niet als oorlogsgeweld aangemerkt.
Na bezwaar en medisch advies bleef de afwijzing gehandhaafd. Medisch onderzoek toonde aan dat appellant een PTSS-beeld vertoonde, maar dat de psychische klachten vooral werden veroorzaakt door andere factoren dan de internering, zoals de naoorlogse situatie en mishandelingen door de stiefvader. De Raad oordeelde dat de mishandelingen niet onder de Wubo vallen en dat de omgekeerde bewijslast niet opging.
De Centrale Raad van Beroep concludeerde dat het bestreden besluit rechtmatig is en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de Wubo-uitkering wordt ongegrond verklaard omdat geen blijvende invaliditeit door oorlogsgeweld is vastgesteld.