ECLI:NL:CRVB:2017:659
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlenging schorsing militair in belang van de dienst
Appellant, een militair bij de Koninklijke Luchtmacht, werd geschorst naar aanleiding van een aangifte wegens geweldpleging tegen een collega. De schorsing werd aanvankelijk per direct opgelegd en later verlengd tot uiterlijk drie maanden na de uitslag van het strafrechtelijk onderzoek.
De commandant verlengde de schorsing op basis van artikel 36, tweede lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR), omdat het strafrechtelijk onderzoek nog niet was afgerond en de verdenking ernstig was. Appellant voerde aan dat de schorsing onterecht en voor onbepaalde tijd was verlengd, maar de Raad oordeelde dat de verlenging rechtsgeldig was en niet onbepaald.
De Raad stelde vast dat het belang van de dienst de schorsing rechtvaardigde zolang de omstandigheden die tot de schorsing leidden voortduurden. Het feit dat appellant uiteindelijk een milde straf kreeg, was voor de beoordeling van de schorsing niet relevant. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De verlenging van de schorsing van appellant wordt bevestigd als rechtmatig.