ECLI:NL:CRVB:2017:664
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zorgvuldigheid medisch onderzoek en arbeidsongeschiktheid WIA-uitkering
Appellante, die sinds 2009 wegens een ernstige depressie arbeidsongeschikt is, heeft een WIA-uitkering aangevraagd en ontvangen. Na een melding van verslechtering van haar gezondheid in 2014, stelde het UWV haar arbeidsongeschiktheid opnieuw vast op 65 tot 80%, wat appellante betwistte. Zij voerde aan dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat haar beperkingen werden onderschat, onder meer vanwege psychische klachten en obesitas.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij rekening was gehouden met alle relevante medische informatie, waaronder rapporten van psycholoog en neuroloog. De verzekeringsarts had een uitgebreid onderzoek verricht en de beperkingen adequaat vertaald in een Functionele Mogelijkhedenlijst. De rechtbank verwierp de bezwaren van appellante.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelt vast dat de medische situatie van appellante niet is gewijzigd en dat het onderzoek van de verzekeringsarts voldoende grondig was, inclusief dossieronderzoek en hoorzitting. De Raad acht de medische beoordeling deugdelijk en wijst het hoger beroep af. Tevens wordt het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bestreden besluit blijft in stand.