ECLI:NL:CRVB:2017:668
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over medische onderbouwing en aanpassing WIA-uitkering
Appellant, voormalig procesoperator, meldde zich ziek vanwege rug- en psychische klachten en ontving een WGA-uitkering met 52,7% arbeidsongeschiktheid vastgesteld door het UWV. Appellant maakte bezwaar tegen het besluit, dat werd afgewezen. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende arbeidskundige onderbouwing, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
In hoger beroep betwist appellant de medische en arbeidskundige grondslag en wijst op onvoldoende erkenning van zijn rugklachten en PTSS. De Raad benoemde een onafhankelijke neuroloog die concludeerde dat appellant meer beperkingen heeft dan het UWV aannam, gebaseerd op medische gegevens en eigen onderzoek.
Het UWV handhaafde haar standpunt, maar de deskundige handhaafde zijn bevindingen na reactie. De Raad volgt de deskundige vanwege diens zorgvuldige en consistente rapportage en concludeert dat het besluit een deugdelijke medische onderbouwing mist.
De Raad draagt het UWV op binnen zes weken het besluit te herstellen door de Functionele Mogelijkhedenlijst aan te passen en de arbeidsdeskundige te laten beoordelen welke functies passend zijn en welk verdiencapaciteitsverlies aanwezig is. De uitspraak is gedaan op 24 februari 2017 door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit te herstellen door de Functionele Mogelijkhedenlijst aan te passen en de arbeidsdeskundige te laten beoordelen welke functies passend zijn en het verlies aan verdiencapaciteit.