ECLI:NL:CRVB:2017:679
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WGA-loonaanvullingsuitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante was sinds december 2006 arbeidsongeschikt als gevolg van psychische klachten en ontving aanvankelijk een loongerelateerde WGA-uitkering. Na een herbeoordeling in juni 2014 door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige werd vastgesteld dat haar arbeidsongeschiktheid was gedaald tot minder dan 35%, waardoor het UWV per oktober 2014 de WGA-loonaanvullingsuitkering beëindigde.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat haar psychische beperkingen onvoldoende waren meegewogen, mede omdat zij onder behandeling stond van een psychiater en psycholoog. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen niet waren onderschat.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de rechtbank ten onrechte onvoldoende rekening had gehouden met haar psychische problematiek. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, dat de beperkingen juist waren vastgesteld en dat appellante onvoldoende medische onderbouwing had geleverd om het oordeel te weerleggen.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waarmee het recht op WGA-loonaanvullingsuitkering werd beëindigd vanwege minder dan 35% arbeidsongeschiktheid per 13 oktober 2014.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op WGA-loonaanvullingsuitkering wordt beëindigd wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.