ECLI:NL:CRVB:2017:681
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen inkomsten en verstrengeling financiën met Stichting
Appellanten ontvingen sinds juni 2012 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na een melding over een minimaclub op Facebook startte de gemeente een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand. Dit onderzoek omvatte dossier- en internetonderzoek, het horen van getuigen en appellanten, en analyse van de administratie van de door appellanten opgerichte Stichting Minimaclub Provincie Groningen.
Het college besloot de bijstand over oktober 2012 en de periode van juli 2013 tot april 2014 in te trekken en de kosten van bijstand terug te vorderen. Dit omdat appellanten inkomsten uit de verkoop van kauwgomblisters en activiteiten van de Stichting niet hadden gemeld, en er sprake was van een onduidelijke verstrengeling van persoonlijke en Stichting-financiën. Ook ontbrak een deugdelijke boekhouding en bewijsstukken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelden appellanten dat zij zo goed mogelijk een correcte boekhouding hadden gevoerd en geen financieel voordeel hadden genoten. De Raad oordeelde echter dat door het ontbreken van verifieerbare gegevens en de erkende hiaten in de administratie het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd wegens schending van de inlichtingenverplichting en onduidelijke financiële situatie.