ECLI:NL:CRVB:2017:69
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op ziekengeld wegens geschiktheid voor arbeid als zorgbemiddelaar
Appellante was werkzaam als zorgbemiddelaar en meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten. Na beëindiging van haar dienstverband ontving zij ziekengeld op grond van de Ziektewet. Een verzekeringsarts van het UWV beoordeelde haar op meerdere momenten en concludeerde dat zij per 11 september 2014 geschikt was voor haar laatst verrichte arbeid.
Het UWV stelde daarop vast dat appellante geen recht meer had op ziekengeld. Appellante maakte bezwaar en ging in beroep, waarbij zij zich beroept op een psychiatrisch rapport dat haar beperkingen door een depressieve stoornis bevestigt. De rechtbank verklaarde haar beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De Raad oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is verricht en dat de psychiater in zijn rapport geen aanleiding geeft om de bevindingen van de verzekeringsartsen te betwijfelen. De depressieve klachten en beperkingen zijn mogelijk pas na de datum van beoordeling ontstaan. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld wordt beëindigd per 11 september 2014.