ECLI:NL:CRVB:2017:699
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante was werkzaam als ondersteunend medewerker en meldde zich ziek met psychische en huidklachten. Het UWV stelde vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en dat zij geschikt was voor diverse functies. Na een nieuw ziekmeldingstraject en medisch onderzoek besloot het UWV dat zij geen recht meer had op ziekengeld.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig was en dat zij door haar klachten niet in staat was de geselecteerde functies te verrichten. Zij ondersteunde dit met brieven van haar huisarts en behandelend psychologen.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij alle relevante medische informatie was betrokken. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had de medische situatie inzichtelijk gemotiveerd en de aanvullende informatie van behandelaars bood geen nieuwe inzichten die tot een ander oordeel zouden leiden.
De stelling dat de functie medewerker kleding en textielreiniging ongeschikt zou zijn wegens schoonmaakmiddelen werd verworpen omdat dit niet uit de functieomschrijving bleek. De Raad concludeerde dat appellante geschikt was voor ten minste één van de geselecteerde functies en bevestigde het besluit van het UWV dat het recht op ziekengeld vervalt.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het recht op ziekengeld wordt bevestigd.