ECLI:NL:CRVB:2017:70
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herziening studiefinanciering wegens ontoelaatbaar bewijs en gebrek aan feitelijke grondslag
De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap had de studiefinanciering van appellant herzien en hem vanaf 1 april 2013 aangemerkt als thuiswonende studerende. Deze herziening was gebaseerd op een onderzoek naar de woonsituatie van appellant, uitgevoerd door controleurs die niet op basis van een arbeidsovereenkomst bij het aangewezen privaat bedrijf werkzaam waren, maar als zelfstandigen zonder personeel.
De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het onderzoek is verricht door onbevoegde controleurs. Dit maakt het bewijs ontoelaatbaar omdat het toezicht op de naleving van de Wet studiefinanciering 2000 een overheidstaak is die niet mag worden uitbesteed aan derden zonder arbeidsovereenkomst.
Omdat zonder de onderzoeksbevindingen geen voldoende feitelijke grondslag bestaat voor het besluit van de minister, ontbreekt een deugdelijke motivering. De Raad vernietigt daarom de bestreden uitspraak en het besluit tot herziening, herroept het eerdere besluit en veroordeelt de minister in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot herziening studiefinanciering wordt vernietigd wegens ontoelaatbaar bewijs en gebrek aan feitelijke grondslag.