ECLI:NL:CRVB:2017:774
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen terugvordering teveel betaalde pgb-voorschotten
Het Zorgkantoor verleende appellante een persoonsgebonden budget (pgb) voor de periode juni tot en met december 2013. Later stelde het Zorgkantoor vast dat er te veel voorschotten waren betaald en vorderde dit bedrag terug. Appellante maakte bezwaar tegen deze terugvordering, maar deed dit buiten de wettelijke termijn van zes weken.
Het Zorgkantoor verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk vanwege deze termijnoverschrijding, welke niet verschoonbaar werd geacht. De rechtbank bevestigde dit oordeel en wees het beroep van appellante af. Appellante stelde dat haar brief van 4 december 2014 als bezwaarschrift moest worden aangemerkt, maar ook deze was buiten de termijn ingediend.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt, maar de Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij de rechtbank en bevestigt dat het bezwaar niet-ontvankelijk is. De Raad benadrukt dat het tijdig indienen van het bezwaar de eigen verantwoordelijkheid van appellante is en dat fouten van gemachtigden aan haar worden toegerekend. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de terugvordering van teveel betaalde pgb-voorschotten is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.