ECLI:NL:CRVB:2017:83
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende bewijs woon- en financiële situatie
Appellant diende op 3 oktober 2014 een aanvraag om bijstand in bij de gemeente Amsterdam, waarbij hij verklaarde te wonen op een adres in Amsterdam. De gemeente voerde een onderzoek uit naar zijn woon- en financiële situatie en vroeg nadere gegevens, waaronder bankafschriften en verklaringen over zijn levensonderhoud.
Het college wees de aanvraag af omdat appellant onvoldoende aannemelijk maakte dat hij daadwerkelijk op het opgegeven adres woonde en niet helder was hoe hij in de periode voorafgaand aan de aanvraag in zijn levensonderhoud voorzag. Uit bankafschriften bleek dat appellant vooral in andere gemeenten pintransacties verrichtte, en de verklaringen over leningen van vrienden en familie waren onvoldoende concreet en onderbouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep. De Raad oordeelde dat appellant tekort was geschoten in zijn inlichtingenverplichting en dat het college de aanvraag terecht had afgewezen. De verklaring van buurtbewoners en de door appellant gegeven verklaringen werden onvoldoende geacht om zijn woonplaats en financiële situatie aannemelijk te maken.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van woon- en financiële situatie.