ECLI:NL:CRVB:2013:2846
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag algemene bijstand wegens onvoldoende inzicht financiële situatie
Appellant ontving vanaf september 2008 bijstand op grond van de WWB. In 2009 werd deze bijstand beëindigd omdat appellant niet duurzaam gescheiden leefde van zijn echtgenote. In mei 2010 diende appellant een nieuwe aanvraag algemene bijstand in, die in augustus 2010 werd afgewezen wegens onvoldoende informatie om het recht op bijstand vast te stellen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, omdat appellant onvoldoende duidelijkheid gaf over het gebruik van de bankrekening van zijn dochter, waar ook anderen gebruik van maakten, en over grote geldbedragen die naar een derde werden overgemaakt. Appellant stelde dat hij wel bankafschriften en bewijsstukken had overgelegd en dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd waarom de twijfel over de financiële situatie terecht was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de bewijslast bij de aanvrager ligt om zijn financiële situatie inzichtelijk te maken met objectieve en verifieerbare gegevens. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat appellant onvoldoende inzicht heeft gegeven, mede doordat geldstromen via de rekening van zijn dochter en een derde niet te verifiëren zijn. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: De aanvraag algemene bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende inzicht in de financiële situatie van appellant.