Uitspraak
14.6393 WWB, 15/1242 WWB
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- verklaart het beroep tegen het besluit van 18 december 2014 gegrond voor zover dat ziet op
- bepaalt dat het college aan appellante het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 122,-
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante kreeg bijstand toegekend vanaf mei 2013, maar het college trok deze bijstand in voor augustus 2013 vanwege het niet tijdig overleggen van bankafschriften. Later bleek uit de bankafschriften dat er in augustus 2013 bedragen van derden op haar rekening waren bijgeschreven, waarover zij kon beschikken. Het college legde een boete op wegens het schenden van de inlichtingenplicht.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en oordeelde dat appellante over de bedragen kon beschikken, maar het college ging in hoger beroep tegen dit oordeel. Het college handhaafde de intrekking en boete, maar trok later de boete alsnog in.
De Raad oordeelde dat kasstortingen en bijschrijvingen op de bankrekening in beginsel als middelen worden beschouwd en dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij niet over deze bedragen kon beschikken. De intrekking en terugvordering van de bijstand zijn daarom terecht. De boete wordt echter als onrechtmatig erkend en ingetrokken. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en wettelijke rente over het te verrekenen bedrag.
Uitkomst: Intrekking en terugvordering bijstand bevestigd, boete ingetrokken en college veroordeeld tot kostenvergoeding en wettelijke rente.