ECLI:NL:CRVB:2017:882
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij toepassing kostendelersnorm in bijstand
Verzoekster ontvangt sinds 2008 bijstand en haar zoon ontving tot 2015 studiefinanciering, waarna hij ook bijstand kreeg. Het college van burgemeester en wethouders van Almere paste vanaf 24 september 2015 de kostendelersnorm toe, waardoor de bijstand van verzoekster werd verlaagd tot 50% van de gehuwdennorm, gelijk aan die van haar zoon.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, waarna verzoekster hoger beroep instelde en tevens een voorlopige voorziening vroeg om de kostendelersnorm te schorsen en bijstand voor een alleenstaande toe te kennen.
De voorzieningenrechter beoordeelde of er sprake was van onverwijlde spoed en een spoedeisend financieel belang. Uit de overgelegde stukken bleek dat verzoekster en haar zoon samen voldoende middelen ontvingen om in hun elementaire kosten te voorzien, zonder concrete bewijsstukken van dreigende schulden of afsluitingen.
Daarom ontbrak het spoedeisend belang voor een voorlopige voorziening en werd het verzoek kennelijk ongegrond verklaard. De voorzieningenrechter wees het verzoek af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.