ECLI:NL:CRVB:2017:912
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Volgens artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het betalen van griffierecht verplicht bij het indienen van een beroepschrift, en dit geldt overeenkomstig voor hoger beroep op grond van artikel 8:108 Awb Pro.
De gemachtigde van appellante is op 20 september 2016 en opnieuw op 20 oktober 2016 schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht van €124,- en de uiterste betalingstermijnen. Ondanks deze aanmaningen is het griffierecht niet betaald binnen de gestelde termijnen.
De Raad oordeelt dat appellante in verzuim is en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter W.F. Claessens en griffier N. Khachatryan op 7 maart 2017.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.