ECLI:NL:CRVB:2017:916
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- F. Hoogendijk
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde werkzaamheden in café
Appellant ontving sinds 2007 bijstand en werd na een horecacontrole betrapt op het verrichten van werkzaamheden in een café zonder dit te melden. Het college beëindigde daarom de bijstand en vorderde de onterecht ontvangen bedragen terug. Appellant diende een nieuwe aanvraag in, die werd afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten die recht geven op bijstand.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant onvoldoende had aangetoond dat hij niet meer werkte in het café. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel, stellende dat de verklaringen en waarnemingen voldoende bewijs vormen voor het verrichten van op geld waardeerbare werkzaamheden. De door appellant overgelegde verklaring van de café-eigenaar was niet relevant voor de te beoordelen periode.
De Raad benadrukte dat bij een nieuwe aanvraag na intrekking het op de aanvrager rust om relevante wijzigingen aan te tonen. Appellant slaagde hier niet in, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.