ECLI:NL:CRVB:2017:938
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens onacceptabel gedrag en onvoldoende gebruik voorziening
Appellant ontvangt sinds april 2014 bijstand op grond van de WWB. Het college van burgemeester en wethouders van Geldrop-Mierlo heeft bij besluit van 4 december 2014 de bijstand met ingang van 1 december 2014 voor de duur van een maand volledig verlaagd wegens onacceptabel gedrag op een trajectlocatie. Op 14 november 2014 is appellant weggestuurd wegens het duwen van een groepsleider en het uiten van beledigende woorden, waardoor hij zijn arbeidsinschakeling belemmerde.
De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep tegen deze verlaging ongegrond, omdat het verslag van de werkleider en getuigenverklaringen het incident bevestigden. Appellant had wisselende verklaringen afgelegd en deed pas later aangifte van mishandeling, waardoor de rechtbank het vertrouwen in zijn verhaal miste. De rechtbank oordeelde dat appellant onvoldoende gebruik had gemaakt van de aangeboden voorziening.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij geen onacceptabel gedrag had vertoond en dat juist de groepsleider hem had aangevallen. De Centrale Raad van Beroep onderschreef echter de overwegingen van de rechtbank volledig en wees het hoger beroep af. De verlaging van de bijstand blijft daarmee in stand.
Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 7 maart 2017.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 100% gedurende een maand wegens onacceptabel gedrag wordt bevestigd.