ECLI:NL:CRVB:2017:939
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet-wonen in bijstandsgemeente
Appellante ontving bijstand vanaf november 2012 en stond ingeschreven op een adres in de bijstandsgemeente. Het college voerde een onderzoek uit naar de rechtmatigheid van de bijstand en concludeerde dat appellante vanaf 6 mei 2014 niet meer in de gemeente woonde. Dit leidde tot intrekking van de bijstand, terugvordering van kosten en oplegging van een boete.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad oordeelde dat het college voldoende feiten en omstandigheden had verzameld die het standpunt ondersteunden dat appellante niet in de gemeente woonde. Appellante had verklaard meerdere nachten per week bij haar vriend in een andere gemeente te verblijven en gaf dit adres ook op bij haar werkgevers.
Daarnaast ondersteunden pintransacties en verklaringen van derden het standpunt van het college. De verklaringen van de moeder en een vriend van appellante boden onvoldoende objectieve onderbouwing om het standpunt van het college te weerleggen. De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet-wonen in de bijstandsgemeente.