ECLI:NL:CRVB:2017:956
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers wegens ontbreken directe betrokkenheid bij oorlogsgeweld
Appellant, geboren in 1941 in Nederlands-Indië, heeft meerdere aanvragen ingediend voor uitkeringen op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Deze aanvragen werden afgewezen omdat niet is vastgesteld dat appellant persoonlijk direct betrokken was bij oorlogsgeweld of internering had ondergaan.
De Raad benadrukt dat directe betrokkenheid bij oorlogsgeweld een noodzakelijke voorwaarde is voor toekenning van aanspraken op grond van de Wubo. Medische gevolgen kunnen pas in aanmerking worden genomen indien die betrokkenheid is vastgesteld. Appellant bracht medische argumenten naar voren, maar deze konden niet meewegen zolang de betrokkenheid niet was aangetoond.
Verweerder heeft het eerdere besluit terecht gehandhaafd omdat appellant geen nieuwe feiten of gegevens heeft aangevoerd die een herziening rechtvaardigen. Het zien van lijken en algemene oorlogsomstandigheden zijn onvoldoende om onder de Wubo te vallen. De Raad oordeelt dat het onderzoek van verweerder adequaat was en dat het besluit om niet tot herziening over te gaan standhoudt.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van directe betrokkenheid bij oorlogsgeweld.