Uitspraak
OVERWEGINGEN
4 februari 2013 gehandhaafd blijft.
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- bepaalt dat het dagelijks bestuur het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van € 169,- aan appellant vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellant had bij het college van burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden hulp bij het huishouden toegekend gekregen voor de periode 2013-2018. Dit werd bij besluit van 7 mei 2015 beëindigd, waartegen appellant bezwaar maakte. Het college trok dit besluit op 6 augustus 2015 in, waardoor de oorspronkelijke voorziening werd gehandhaafd.
Het dagelijks bestuur verklaarde het bezwaar tegen het besluit van 7 mei 2015 niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang, omdat het besluit was ingetrokken. De rechtbank oordeelde dat het dagelijks bestuur onbevoegd was het bezwaar te behandelen, maar paste artikel 6:22 Awb Pro toe om het besluit in stand te laten omdat appellant niet was benadeeld.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het algemeen bestuur bevoegd was het bezwaar te behandelen en dat het bevoegdheidsgebrek daarom werd gepasseerd. Het bezwaar tegen het besluit van 7 mei 2015 werd terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang, nu het besluit was ingetrokken. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellant wordt vergoed.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit tot intrekking van hulp bij het huishouden is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang en het bevoegdheidsgebrek is gepasseerd.