Uitspraak
22 maart 2016, 15/6621 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft kinderbijslag aangevraagd voor de periode van april 1972 tot en met maart 1981, terwijl de aanvraag pas in december 2014 werd ingediend. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) weigerde de toekenning omdat de aanvraag meer dan vijf jaar terugging, wat in lijn is met de Algemene Kinderbijslagwet (AKW).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en in hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. Appellant verwees naar eerdere uitspraken waarbij ex-collega’s wel een nabetaling ontvingen, maar de Raad oordeelde dat appellant niet in vergelijkbare omstandigheden verkeerde en bovendien geen tijdige aanvraag had gedaan.
De Raad benadrukt dat het recht op kinderbijslag niet eerder kan ingaan dan een jaar voorafgaand aan het kwartaal van de aanvraag en dat de Svb in bijzondere gevallen een termijn van maximaal vijf jaar hanteert. Omdat appellant deze termijn overschreed, is de weigering terecht. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van kinderbijslag wegens overschrijding van de wettelijke termijn.