ECLI:NL:CRVB:2018:1047
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens voldoende verdiencapaciteit bevestigd
Appellant was werkzaam als medewerker klantenservice en meldde zich ziek met psychische klachten. Na beëindiging van zijn dienstverband beoordeelde het UWV zijn belastbaarheid aan de hand van een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en stelde vast dat hij geschikt was voor meerdere functies waarmee hij meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen. Het UWV beëindigde daarop zijn Ziektewetuitkering.
Appellant voerde in bezwaar en beroep aan dat hij meer beperkingen had dan vastgesteld en dat de geselecteerde functies ongeschikt waren vanwege het hoge handelingstempo en gevaarlijke machines. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de FML juist was vastgesteld. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit vanwege gewijzigde arbeidskundige onderbouwing, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep de conclusies van de rechtbank en oordeelde dat de functies geschikt zijn en de belastbaarheid niet wordt overschreden. De Raad bevestigde dat het recht op Ziektewetuitkering terecht is beëindigd per 1 juni 2015. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Ziektewetuitkering terecht is beëindigd omdat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen.