ECLI:NL:CRVB:2018:1064
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- J.T.H. Zimmerman
- J.L. Boxum
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bijzondere bijstand voor budgetbeheer en passende voorliggende voorziening
Appellante ontvangt sinds 2002 bijstand en maakte jarenlang gebruik van budgetbeheer via het Bureau Inkomens Beheer (BIB), waarvoor zij bijzondere bijstand ontving. Vanaf 2014 is het beleid gewijzigd en wordt budgetbeheer door de Kredietbank Limburg (KBL) als passende en toereikende voorziening gezien. Appellante diende in 2015 een aanvraag in voor bijzondere bijstand voor budgetbeheer door het BIB, welke werd afgewezen en gehandhaafd na bezwaar.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Appellante slaagt er niet in aannemelijk te maken dat het budgetbeheer door KBL niet passend of toereikend is. Haar persoonlijke en medische omstandigheden en de vertrouwensband met het BIB zijn onvoldoende onderbouwd met objectieve gegevens. Ook de stelling dat de KBL niet kundig zou zijn, wordt verworpen.
Verder oordeelt de Raad dat het mededingingsrecht niet strekt tot bescherming van appellante in deze procedure, zodat dit bezwaar niet tot vernietiging van het besluit kan leiden. Ook het beroep op onevenredigheid en afwijking van beleid faalt, omdat het beleid consistent wordt toegepast en het bestuursorgaan bevoegd is het buitenwettelijk begunstigend beleid te beëindigen.
De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak en wijst het hoger beroep af, zonder proceskosten toe te kennen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit wordt bevestigd.