ECLI:NL:CRVB:2018:1107
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing over studiefinanciering en lening na bezwaar appellant
Appellant heeft studiefinanciering aangevraagd voor een studie in het buitenland en daarbij een basisbeurs, OV-vergoeding en een lening aangevraagd. Na diverse besluiten over de samenstelling en betaling van de studiefinanciering ontstond discussie over de lening, die appellant betwistte te hebben aangevraagd. De minister verklaarde het bezwaar tegen de lening niet-ontvankelijk omdat de lening reeds in eerdere besluiten was vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat de brief waartegen appellant bezwaar maakte geen besluit was in de zin van de Algemene wet bestuursrecht en dat het betoog van appellant dat hij niet bewust was van de lening niet tot een ander oordeel leidde. In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar de Raad sloot zich aan bij de overwegingen van de rechtbank.
De Raad benadrukte dat de beslissingen over de studiefinanciering voldoende duidelijk waren over de samenstelling van de bedragen en de rechtsgevolgen. Het verwarren van de begrippen studiefinanciering en prestatiebeurs door appellant is voor zijn eigen risico. De wettelijke regeling en de verstrekte informatie waren helder. De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel dat het bezwaar tegen de lening niet-ontvankelijk is en wijst het hoger beroep af.