Uitspraak
16.7488 TW
OVERWEGINGEN
op het moment van vertrek uit Nederlandslechts in zijn hoedanigheid van Unieburger diende te worden beschouwd. Hij was vergelijkbaar met welke Unieburger dan ook en het feit dat hij tevens over de Turkse nationaliteit beschikte, was niet van belang. Hij kon volledig gebruikmaken van het vrije verkeer van Unieburgers. Evenmin als andere Unieburgers kon [Appellant] zich aan het woonplaatsvereiste in de TW onttrekken.