ECLI:NL:CRVB:2018:1129
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet
Appellante, woonachtig in Marokko, verzocht om een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw) na het overlijden van haar echtgenoot in februari 2015. Haar echtgenoot had tussen 1966 en 1997 in Nederland gewerkt en gewoond, maar was sinds juni 1997 teruggekeerd naar Marokko en ontving vanaf juli 2007 een AOW-pensioen.
De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet meer in Nederland woonde of werkte en daarmee niet verzekerd was onder artikel 13 van Pro de Anw. Ook was hij niet vrijwillig verzekerd volgens de artikelen 63 en 63a van de Anw, noch verzekerd onder de Marokkaanse wetgeving, zoals bevestigd door het Caisse Nationale de Sécurité Sociale.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De financiële situatie van appellante leidde niet tot een andere beoordeling. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en de uitspraak is openbaar gedaan op 7 maart 2018.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt afgewezen omdat haar echtgenoot ten tijde van overlijden niet verzekerd was voor de Anw.