ECLI:NL:CRVB:2018:113
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.H. Bel
- A. Stehouwer
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij IOAZ-uitkering
Appellante ontving eerder een WW-uitkering en startte een eigen bedrijf. Na beëindiging van haar bedrijf vroeg zij een IOAZ-uitkering aan, die door het college werd afgewezen vanwege het niet voldoen aan de zeven-jareneis, omdat de WW-periode niet als ziekte of arbeidsongeschiktheid werd aangemerkt.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij wel recht had op de IOAZ-uitkering. Tijdens de zitting bleek dat zij haar bedrijf had beëindigd en inmiddels een IOAW-uitkering ontving, welke geen vermogenstoets kent.
De Raad oordeelde dat appellante geen voldoende procesbelang had bij het hoger beroep omdat het resultaat van toekenning van de IOAZ-uitkering geen feitelijke betekenis meer had. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende procesbelang.