ECLI:NL:CRVB:2018:1149
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor functie inpakker handmatig
Appellant was laatstelijk werkzaam als schoonmaker en afwasser en ontving een Ziektewetuitkering wegens voetklachten. Na een eerstejaars beoordeling werd vastgesteld dat hij meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen met andere functies, waaronder inpakker handmatig, waardoor zijn ziekengeld werd beëindigd.
Na een nieuwe ziekmelding en onderzoek door een verzekeringsarts werd appellant per 16 juni 2015 geschikt bevonden voor de functie inpakker handmatig. Het UWV trok daarop het recht op ziekengeld in, wat appellant betwistte. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het UWV voldoende medisch onderzoek en motivering had geleverd, ook met betrekking tot de pijnklachten.
In hoger beroep stelde appellant dat ook andere pijnklachten (knie, heup, rug, schouder, nek) hem belemmeren, maar bracht geen nieuwe medische stukken aan. De Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat appellant geschikt is voor de functie inpakker handmatig en dat de uitkering terecht is beëindigd.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellant is terecht per 16 juni 2015 beëindigd omdat hij geschikt is voor de functie inpakker handmatig.