ECLI:NL:CRVB:2018:1192
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende duidelijkheid over stortingen op bankrekening
Appellante diende een aanvraag om bijstand in op grond van de Participatiewet. Tijdens de aanvraagprocedure werden stortingen op haar bankrekening gedaan, waaronder een bedrag van €9.000,- afkomstig van een kennis, A, die een prijs in de Postcodeloterij had gewonnen. Appellante verklaarde dat zij het geld slechts tijdelijk beheerde namens A en zijn moeder, om te voorkomen dat A het geld zou besteden aan alcohol.
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees de aanvraag af wegens het niet verstrekken van voldoende bewijsstukken en het niet voldoen aan de inlichtingenplicht. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij het geld slechts beheerde en niet vrijelijk over het bedrag kon beschikken.
De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende duidelijkheid heeft verschaft over haar financiële situatie en het gebruik van het bedrag. De verklaringen van appellante en A verschilden, en zij kon niet aantonen dat het bedrag niet tot haar vermogen behoorde. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen omdat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij niet vrij over het gestorte bedrag kon beschikken.