ECLI:NL:CRVB:2018:1204
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- H. Lagas
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ingangsdatum bezoldiging en herziening disciplinaire straf wegens plichtsverzuim
Appellante, sinds 2011 in dienst bij de Regio Gooi en Vechtstreek, meldde zich in januari 2015 ziek met psychische en fysieke klachten. Na herhaaldelijk afzeggen van afspraken met de bedrijfsarts werd haar medewerking aan een arbeidsdiagnostisch onderzoek door onderzoeksbureau Ergatis geëist. Appellante weigerde het toestemmingsformulier van Ergatis tijdig in te vullen en verscheen niet op het spreekuur van de bedrijfsarts op 14 januari 2016.
Het dagelijks bestuur staakte daarop de bezoldiging van appellante per 15 januari 2016 en legde haar een disciplinaire straf op door vermindering van haar verlofuren. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat het niet verschijnen op het spreekuur zonder geldige reden was en de staking van de bezoldiging terecht was. Echter, de vertraging bij het invullen van het toestemmingsformulier was begrijpelijk gezien de vrees van appellante voor de omvang van de toestemming. De Raad stelt de ingangsdatum van de hervatting van de bezoldiging vast op 21 januari 2016, de dag van het bezoek aan de bedrijfsarts, en wijzigt de disciplinaire straf in een berisping, aangezien de straf van vermindering van verlofuren onevenredig is.
Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat appellante geen aantoonbaar geestelijk letsel heeft ondervonden. De Raad veroordeelt het dagelijks bestuur tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De ingangsdatum van de hervatting van de bezoldiging wordt vastgesteld op 21 januari 2016 en de disciplinaire straf wordt herzien tot een berisping.