ECLI:NL:CRVB:2018:1249
Centrale Raad van Beroep
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om wraking van behandelend rechter in sociaal zekerheidszaak
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechter in een hoger beroepsprocedure over een sociaal zekerheidszaak. Het wrakingsverzoek was gebaseerd op de stelling dat de behandelend rechter het onderzoek heropende en de zaak naar een meervoudige kamer verwees om verzoeker te benadelen.
De Raad overwoog dat het heropenen van het onderzoek en de verwijzing procedurele beslissingen zijn en dat wraking niet bedoeld is tegen dergelijke beslissingen tenzij er sprake is van duidelijke vooringenomenheid. Uit het proces-verbaal bleek geen steun voor de stellingen van verzoeker. De behandelend rechter gaf aan dat het onderzoek werd heropend om nadere vragen te stellen over de toepassing van de hardheidsclausule.
De Raad concludeerde dat er geen feiten of omstandigheden zijn die een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid rechtvaardigen. Ook het ontbreken van een beperking bij de heropening en het niet vermelden van de reden in de brief van 19 maart 2018 leiden niet tot een ander oordeel. Het wrakingsverzoek wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om wraking van de behandelend rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.