ECLI:NL:CRVB:2018:1250
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening elektrische fiets op grond van Wmo 2015
Verzoekster heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag waarin haar verzoek om een elektrische fiets werd afgewezen. Het college van burgemeester en wethouders van Delft had eerder besloten dat een elektrische fiets een algemeen gebruikelijke voorziening is die tot het normale uitgavenpatroon behoort, en dat haar inkomen op bijstandsniveau voldoende is om zo'n fiets aan te schaffen.
De rechtbank verklaarde het beroep van verzoekster ongegrond. Verzoekster vroeg vervolgens om een voorlopige voorziening om alsnog een elektrische fiets toe te kennen. De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het verzoek niet ziet op de grondslag van het collegebesluit en dat er geen redelijke mate van waarschijnlijkheid bestaat dat de aangevallen uitspraak niet in stand zal blijven.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen aanleiding gezien voor het toepassen van de hardheidsclausule en ook werd geen veroordeling in de proceskosten opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter J. Brand op 18 april 2018.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor toekenning van een elektrische fiets wordt afgewezen.