ECLI:NL:CRVB:2018:1251
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende psychische beperkingen
Appellant, werkzaam als autopoetser, meldde zich ziek met lichamelijke klachten en later ook psychische klachten. Hij vroeg een WIA-uitkering aan, maar het UWV besloot dat hij geschikt was voor zijn maatgevende arbeid en wees de uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgelegd.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn stellingen over psychische klachten en verwees naar verklaringen van zijn huisarts en psycholoog. De Raad oordeelde dat deze gronden reeds gemotiveerd door de rechtbank waren verworpen en dat uit de medische informatie niet bleek dat appellant op de datum in geding zwaardere beperkingen had dan door het UWV was vastgesteld.
De functionele mogelijkhedenlijst hield rekening met zowel diabetes als psychische klachten, met beperkingen voor complexe taken en contact met klanten. De Raad concludeerde dat appellant op de peildatum in staat was zijn werk als autopoetser uit te voeren. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering per 27 oktober 2014.