Uitspraak
17.3586 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en beschikte over een MBO-2 startkwalificatie. Het college beëindigde de bijstand per 1 september 2015 omdat appellant een vervolgopleiding kon volgen met studiefinanciering, maar appellant ging niet studeren. Na hernieuwde aanvraag bijstand in 2016 bood het college een traject aan met de verwachting dat appellant zou solliciteren en zich zou oriënteren op een opleiding. Appellant werkte kort en meldde zich ziek, waarna hij niet meer deelnam.
Het college beëindigde de bijstand opnieuw per 1 september 2016 op grond van artikel 13 lid 2 PW Pro, omdat appellant mogelijkheden had om onderwijs te volgen met studiefinanciering. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat zijn MBO-2 diploma voldoende is en dat hij geen vervolgopleiding wil vanwege financiële risico's. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad overwoog dat jongeren met een startkwalificatie geacht worden te werken of leren en dat het college terecht de scholingsplicht toepaste. De vrees voor schulden door het lenen voor een opleiding is geen geldige reden om niet te studeren. Er is geen ruimte voor belangenafweging bij deze dwingendrechtelijke bepaling en er zijn geen zeer dringende redenen voor uitzondering. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De bijstandsuitkering wordt terecht beëindigd omdat appellant geen vervolgopleiding volgt ondanks de mogelijkheid daartoe.