ECLI:NL:CRVB:2016:44
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.F. Claessens
- G.M.G. Hink
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Geen recht op bijstand voor jongere met aanspraak op studiefinanciering ondanks religieuze bezwaren
Appellant, geboren in 1989, volgde een MBO-opleiding en ontving studiefinanciering in de vorm van een basis- en aanvullende beurs. Na beëindiging van de studiefinanciering per 1 november 2012, maakte hij geen gebruik van de mogelijkheid een rentedragende lening af te sluiten en vroeg bijstand aan op grond van de WWB.
Het college wees de aanvraag af omdat appellant aanspraak had op studiefinanciering en daarmee geen recht had op bijstand volgens artikel 13, tweede lid, aanhef en onder c, ten eerste, van de WWB. De Raad oordeelde dat het niet relevant is of appellant van de lening gebruikmaakt en dat zijn religieuze bezwaren tegen rentebetaling niet leiden tot een uitzondering.
De Raad stelde vast dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn geloof rentebetaling verbiedt, mede omdat hij feitelijk wel rente had betaald op zijn studentenrekening. Ook het beroep op zeer dringende redenen voor bijstand werd verworpen omdat geen acute noodsituatie bestond.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland, waarmee het beroep ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op bijstand vanwege zijn aanspraak op studiefinanciering, ondanks zijn religieuze bezwaren.