Uitspraak
16.2566 PW
OVERWEGINGEN
.
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving sinds 2010 bijstand, maar deze werd ingetrokken wegens schending van de inlichtingenplicht. Na diverse aanvragen en verzoeken om aanvullende gegevens, stelde het college een aanvraag buiten behandeling omdat appellant onvoldoende bewijs leverde over zijn levensonderhoud vanaf augustus 2013.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, omdat de verklaringen van appellant en zijn kinderen onvoldoende waren onderbouwd met verifieerbare gegevens. Appellant stelde in hoger beroep dat hij financieel in een penibele situatie verkeerde en dat het college op de hoogte was van zijn omstandigheden, maar kon dit niet met concrete bewijsstukken onderbouwen.
De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde in de periode van 16 januari tot 26 maart 2015. Gezien het feit dat hij vanaf 29 april 2015 weer bijstand ontving, werd het hoger beroep ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstandsaanvraag bevestigd.